Korte
ontstaansgeschiedenis:
De Duitse Staande
Draadhaar is een
ruwharige staande
hond, die volgens de
fokkerijbeginselen
aan het einde van de
19e eeuw ( Griffon
Korthals ) op basis
van de ideeën van
”Hegewald” ( graaf
Sigismund von
Zedlitz und
Neukirchen ) sinds
de eeuwwisseling
werd gefokt met het
uitdrukkelijke doel,
een evenwichtige en
sterk presterende,
draadharige Duitse
jachtgebruikshond te
creëren. Volgens het
beginsel ”via de
prestatie naar het
type” en met de
vrijheid van fokken
consequent voor
ogen, is uit het
beste materiaal van
de ruwharige rassen
( Poedelpointer,
Griffon Korthals,
Duits Stichelhaar )
en met inkruising
van de Duitse
Staande Korthaar in
korte tijd een
jachtgebruikshond
ontstaan, die zich
kenmerkt door een
praktische,
weerbestendige
beharing en een
veelzijdigheid op
alle terreinen van
de jachtpraktijk.
Door deze
eigenschappen is de
Duitse Staande
Draadhaar binnen
enkele decennia het
populairste en
betrouwbaarste ras
onder de grote
jachtgebruikshondenrassen
in Duitsland en in
vele landen van de
wereld geworden.
Algemeen voorkomen
Een staande hond van
een adellijke
verschijning, met
een harde beharing
die de huid volkomen
beschermt en met een
attente en energieke
expressie. De
bewegingen moeten
krachtig, ruim,
vloeiend en
harmonieus zijn.
Belangrijke
proporties
De romplengte en de
schouderhoogte zijn
bij voorkeur aan
elkaar gelijk. De
romplengte mag de
schouderhoogte
maximaal 3 cm.
overschrijden.
Gedrag / Karakter
Standvastig,
beheerst,
evenwichtig, niet
wildschuw of
schotgevoelig, schuw
noch agressief.
Hoofd
Passend bij de
lichaamsgrootte en
het geslacht. De
hoofdlijn is licht
divergend (
uiteenwijkend ).
Bovenzijde hoofd
Schedel: vlak,
alleen aan de kanten
enigszins rond,
matig breed, met
duidelijk zichtbare
wenkbrauwen.
Stop: duidelijk
zichtbaar aanwezig.
Gezichtsschedel
Neus: conform de
haarkleur krachtig
gepigmenteerd. Met
goed geopende
neusgaten
Vang: lange, brede,
krachtige, diepe
vang; lichte
ramsneus
Lippen: dikke,
aansluitende, niet
overhangende lippen
met een goede, bij
de haarkleur
passende
pigmentering
Kaken / Tanden grote
tanden. Krachtige
kaken met een
regelmatig en
volledig scharend
gebit, waarvan de
bovenste rij
snijtanden zonder
tussenruimte voor de
onderste rij
snijtanden staat en
waarvan de tanden
verticaal in de kaak
staan. Met 42 tanden
conform de
tandformule
Ogen: zo donker
mogelijk, noch te
diep liggend, noch
uitpuilend. Met een
levendige, wakkere
expressie. Op de
oogbol aansluitende,
goed
gepigmenteerde
oogleden
Oren: middelgroot,
hoog en breed
aangezet en niet
gedraaid
Hals
Middellang, krachtig
bespierd, licht
gewelfde neklijn,
droge halslijn
Lichaam
Rugbelijning: recht
en licht hellend
Schoft:
geprononceerd
Rug: stevig, goed
bespierd
Lendenen: korte,
brede, bespierde
lendenpartij
Kruis: lang en
breed, licht hellend
en goed bespierd.
Breed bekken
Borst: breed en
diep, met een
geprononceerde
voorborst en een zo
ver mogelijk naar
achteren doorlopend
borstbeen. Met goed
gewelfde ribben
Onderbelijning in
een elegante boog,
en buik: licht
opgetrokken
verlopend, droog
Staart
De lijn van de rug
volgend, bij
voorkeur horizontaal
of licht naar boven
gericht gedragen.
Geen steile dracht.
Te dik noch te dun.
Voor het gebruik bij
de jacht doelmatig
gecoupeerd.
( In landen waarin
de wetgever een
coupeerverbod heeft
uitgevaardigd, kan
de staart
ongecoupeerd
blijven. De staart
dient dan tot het
spronggewricht te
reiken en recht
respectievelijk
sabelvormig te
worden gedragen. )
Ledematen
Voorhand
Algemeen: van voren
gezien rechte en
parallelle, van
opzij gezien goed
onder het
lichaam staande
benen. De afstand
van de vloer tot de
ellebogen dient
ongeveer gelijk te
zijn aan de afstand
van de ellebogen tot
de schoft
Schouders: goed
schuin en naar
achteren liggend
schouderblad, dat
krachtig is bespierd.
Goede hoeking van
schouderblad en
opperarmbeen
Opperarm: zo lang
mogelijk, goed en
droog bespierd
Elleboog:
aansluitend aan het
lichaam, naar binnen
noch naar buiten
gedraaid Goede
hoeking tussen
opperarmbeen en
onderarmbeen
Onderarm: droog en
verticaal staand,
met krachtig
beenwerk
Pols: sterk
Voormiddenvoet:
voldoende schuin
staande
voormiddenvoet
Voorvoeten:
ovaalrond met goed
aaneengesloten tenen
en dikke, harde,
sterke en
goed gepigmenteerde
zolen. De voeten
staan parallel,
zowel in de
stand als in de
beweging naar binnen
noch naar buiten
draaiend
Achterhand
Algemeen: van
achteren gezien
recht en parallel.
Goede hoekingen in
knie- en
spronggewricht.
Sterke botten
Dij: lang, breed en
gespierd. Goede
hoeking tussen
bekken en
bovenschenkel
Knie: stevig, met
goede hoeking tussen
dij en onderschenkel
Schenkelbeen: lang,
gespierd en pezig
Spronggewricht:
stevig
Achtermiddenvoet:
kort, met verticale
stand
Achtervoeten:
ovaalrond met goed
aaneengesloten tenen
en dikke, harde,
sterke en
goed gepigmenteerde
zolen. De voeten
staan parallel,
zowel in de
stand als in de
beweging naar binnen
noch naar buiten
draaiend
Gangwerk
Ruim uitgrijpend
gangwerk, met een zo
groot mogelijke
paslengte en goede
stuwing vanuit de
achterhand, in voor-
en achterhand recht
en evenwijdig en met
een fiere houding
Huid
Goed aanliggend.
Zonder plooien
Beharing
Draadharig, hard,
aanliggend en dicht.
Dekhaar ca. 2 tot 4
cm lang; dichte,
waterafstotende
onderwol. De
contouren van het
lichaam mogen niet
door vrij lang haar
worden verdoezeld.
Het haar moet door
de structuur en de
dichtheid een
optimale bescherming
tegen weersinvloeden
en verwondingen
bieden. Het hoofd en
de oren alsmede het
onderste gedeelte
van benen, borst en
buik moeten korter
en dichter, maar
niet zachter behaard
zijn. Geprononceerde
wenkbrauwen en een
krachtige, niet te
lange maar zo hard
mogelijke baard
versterken de
energieke
gelaatsuitdrukking
Kleur
· Bruinschimmel, met
of zonder platen
· Zwartschimmel, met
of zonder platen
· Helschimmel
· Bruin, met of
zonder borstvlek
Andere kleuren zijn
niet toegestaan.
Grootte
Schofthoogte: reuen:
61 tot 68 cm
teven: 57 tot 64 cm
Fouten
Iedere afwijking van
bovengenoemde punten
moet als fout worden
beschouwd, waarvan
de beoordeling in
nauwe relatie tot de
mate van afwijking
moet staan
Grove fouten
· Korte, smalle of
spitse vang
· Zwak gebit
· Slecht
aansluitende
oogleden
· Holle rug en
karperrug
· Sterk overbouwd
· Sterk naar binnen
of naar buiten
gedraaide ellebogen
· O-benig, koehakkig
of nauw, zowel in
stand als in
beweging
· Voortdurende
telgang in stap en
in draf, stijf of
trippelend gaan
· Dun haar,
ontbrekende onderwol
Fokuitsluitende
fouten
· Iedere vorm van
geestelijke
instabiliteit, met
name schotschuwheid,
wildschuwheid,
agressiviteit,
nervositeit of
angstbijten
· Bovenvoorbeet,
ondervoorbeet,
kruisbeet, het
ontbreken van tanden
( uitgezonderd
de P1 ), te nauwe
stand van de
vangtanden
· Entropion,
ektropion; ogen van
verschillende kleur
· Aangeboren
knikstaart of
stompstaart
· Pigmentfouten
N.B.
Reuen moeten twee
normaal ontwikkelde
testikels hebben,
die volledig in het
scrotum zijn
ingedaald
Bron: Verein Deutsch
Drahthaar e.V.
Vertaling: J.W.
Keuper – beëdigd
tolk-vertaler
Hoogduitse taal
|